Want dat oordeel kwam niet van één stempel. Nee, dit was een unaniem besluit van de arbo-arts, huisarts, neuroloog, ergotherapeut, cardioloog, longarts, radioloog, verzekeringsarts, fysiotherapeut en een volledig multidisciplinair revalidatieteam. Een soort Songfestivaljury, maar dan zonder publieksstem. Twaalf punten voor: dit is het. Duurzaam arbeidsongeschikt.
De omgeving heeft het er moeilijk mee. Ze zeggen het vriendelijk. ‘Maar je hebt zóveel in je mars.’ Alsof mijn longschade een detail is. Of: ‘Je moet gewoon positief blijven.’ Mijn persoonlijke favoriet blijft: ‘Er komt vast nog iets, ofzo.’ Die miljoenen mensen die wereldwijd aan COVID-19 zijn overleden, zijn immers uit beeld verdwenen. Dat is ook gewoon overgegaan. Hoop is nu eenmaal makkelijker te verdragen dan een realiteit die blijft. En dus wordt van mij verwacht dat ik meebeweeg, verdriet met een houdbaarheidsdatum wordt mij toegestaan. Wat zij aankunnen, staat haaks op wat ik heb moeten doorstaan.
Ik ben niet verbitterd, geef geen sneer, heb geen slechte dag. Dit is wat overblijft nadat ik drie jaar alles heb geprobeerd wat redelijk, onredelijk en licht absurd genoemd kan worden. Van eindeloze trajecten tot overgave. Van ‘nog één poging, misschien wordt het beter’ tot ‘dit lichaam doet gewoon niet meer mee’.
En dan volgt geruststelling nummer twee. ‘Maar een IVA-uitkering, dat is toch positief?’ Zeker. Als je vergeet dat er geen arbeidskorting meer is, geen pensioensopbouw, geen eindejaarsuitkering en geen collectieve verzekering via de werkgever. Dat het een percentage is van een salaris uit een vorig leven. En dat dit, voor iemand die gedreven is en leeft op betekenis en betrokkenheid, niet voelt als een cadeautje. Vroeger dacht ik weleens dat de staatsloterij winnen ultieme vrijheid zou zijn. Tijd, geld, dromen. In dit scenario was een gezond lichaam vanzelfsprekend. Dus ik snap de gedachtegang wel. Maar voel jij je gezegend bij een niet zelfgekozen toekomst, of bij netjes aan de kant worden gezet met een empathische strik erom?
Geef twee mensen dezelfde spijkerbroek met hetzelfde gat en ieder één voucher. De één koopt glitterpatches en roept: ‘Kijk, opgelost. Er is geen gat!’ De ander denkt: laat dat gat maar zitten, ik koop een jas tegen de kou die komt. En daarmee is dit de kern van mijn laatste column. Beide strategieën zijn gerechtvaardigd. Eerst hoopte ik ook dat de longschade zou verdwijnen, nu erken ik dat long covid PEM blijft en richt ik me op wat nodig is om ermee te leven. Deze uitkering geeft mij de ruimte om te stoppen met de doorduwmodus en te beginnen met dragen.