Op donderdag 29 januari 2026 debatteerde de Tweede Kamer over wat er gedaan kan worden voor mensen met post-covid en andere PAIS-klachten. Het debat werd gevoerd met minister Jan Anthonie Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en minister Mariëlle Paul (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). De Kamer sprak daarbij over de stand van zaken rond post-covid, de impact van post acute infectiesyndromen (PAIS) en over de bijbehorende Kamerbrieven die op de agenda stonden.
Het hele debat is als verslag terug te lezen op: Plenaire verslagen | Tweede Kamer der Staten-Generaal (onderaan bij kopje: Post Covid)
Of terug te kijken op: Postcovid | Debat Direct
Verslag
1) Sfeer en inhoud: erkenning, urgentie en ongemak
In het debat klonk breed de urgentie door: Kamerleden spraken over de langdurige impact op het dagelijks leven, het gebrek aan passende zorg en frustratie over traagheid in beleid en uitvoering. De emotionele lading was zichtbaar aanwezig. Julian Bushoff (Groenlinks-PvdA) sprak bijvoorbeeld over het “overleven in een nachtmerrie” en mensen die “letterlijk in het donker” zitten. Jimmy Dijk (SP) plaatste de situatie in een bredere morele context en benadrukte dat patiënten al jaren moeten smeken en strijden voor erkenning en hulp. Ines Kostić (PvdD) haalde een citaat van professor Matthies-Boon aan en noemde de situatie zelfs één van de grootste medisch-ethische schandalen van de afgelopen decennia.
Tegelijk klonk er ook ongemak bij de oppositie: het besef dat het om grote aantallen mensen gaat, inclusief kinderen en jongeren, terwijl de uitvoering achterblijft. Mark Vervuurt (D66) verwoordde dat gevoel met de uitspraak dat hij met een “knoop in zijn maag” in de Kamer zat, juist omdat de perspectieven complex zijn maar het lijden zo concreet is.
2) Expertisecentra: brede steun, maar geen harde garantie
Een belangrijk terugkerend punt was het behoud van kennis en infrastructuur, waaronder de post-covid expertisecentra. In de Kamer was breed voelbaar dat deze centra niet “tijdelijk” of “onzeker” zouden moeten zijn, omdat dit direct raakt aan kennisopbouw en perspectief voor patiënten. Dat werd expliciet benoemd door meerdere partijen, waaronder Julian Bushoff.
Tegelijk verbond minister Jan Anthonie Bruijn van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) hier geen harde, structurele beloftes aan. De lijn vanuit de minister was dat financiering doorloopt tot en met 2026 en dat er halverwege 2026 een evaluatie volgt, waarna besluitvorming (ook financieel) richting de begrotingsbehandeling wordt verwezen. Minister Bruijn gaf daarbij expliciet aan dat hij geen garanties kan afgeven.
Dit spanningsveld is zichtbaar in de ingediende moties. De motie die vraagt het voortbestaan van de expertisecentra te garanderen (motie 25295-2242) is door de minister ontraden. Daarnaast vroeg de Kamer ook nadrukkelijk naar verbreding richting andere PAIS-aandoeningen. Diederik van Dijk en Ines Kostić vroegen expliciet om openstelling richting andere PAIS-patiënten, maar minister Bruijn wees dit voor de huidige opzet af, met het argument dat de centra onderzoekscentra zijn en dat het mengen van patiëntgroepen het onderzoek kan verstoren.
3) Van “expertise in centra” naar “kennis in de eerste lijn”
Naast het behoud van expertise werd door minister Bruijn nadrukkelijk gesproken over het laten “indalen” van kennis richting de eerste lijn (huisartsen en andere zorgprofessionals) en richting partijen als het UWV. De minister wees hierbij vooral op bestaande routes zoals richtlijnontwikkeling en beroepsgroepen.
Harry Bevers (VVD) legde de nadruk op procedures, pakketbeheer en rolverdeling: zorg moet uiteindelijk landen in reguliere bekostiging en het basispakket, en experimentele behandelingen zoals LDN zijn volgens die lijn niet “politiek” te versnellen zonder reguliere beoordeling. Tegelijk klonk er bij de oppositie duidelijke twijfel of dit in de praktijk snel genoeg gaat. Julian Bushoff, Mirjam Bikker en Jimmy Dijk benadrukten dat juist het tempo en de uitvoerbaarheid nu het knelpunt zijn. Bikker benoemt dat 80% van de patiënten geen behandelaar tegenkomt met kennis van zaken. Dat is nu wel de situatie in de eerste lijn.
4) Onderzoek: lopende programma’s, Duitsland als inspiratiebron
Onderzoek en kennisontwikkeling bleven een kernpunt. Er loopt een programma via ZonMw (2023–2028, €41 miljoen) met tientallen projecten en een kennisnetwerk, waarbij resultaten vooral vanaf 2026 worden verwacht. Minister Bruijn verwees naar dit lopende programma en de internationale samenwerking, maar deed geen toezegging voor extra middelen buiten de bestaande kaders en verwees opnieuw naar begrotingsmomenten.
In de Kamer werd daarnaast een duidelijke roep gehoord om een langetermijnvisie. Mirjam Bikker koppelde post-covid nadrukkelijk aan het bredere PAIS-spectrum (zoals ME/CVS, Lyme en Q-koorts) en stelde dat er juist daarom samenhangend langetermijnbeleid nodig is. Meerdere fracties verwezen hierbij expliciet naar Duitsland en de financiering van grootschalige en langlopende onderzoeken die daar worden verricht en dat ze daar eerder en sneller richtlijnen hebben ontwikkeld. De aansluitende motie die vraagt om met Duitse partners in gesprek te gaan en dit als inspiratie te gebruiken voor Nederlands langetermijnbeleid (motie 25295-2247) kreeg “oordeel Kamer”.
5) Ernstig zieken en huis- of bedgebonden patiënten: bereikbaarheid van zorg
Een specifiek thema was de groep ernstig bedgebonden patiënten die hun huis niet uit kan en daardoor moeilijk toegang heeft tot zorg. Dit werd door verschillende partijen gezien als een onzichtbare groep die juist extra actieve ondersteuning nodig heeft. Jimmy Dijk en Julian Bushoff legden de nadruk op het feit dat juist deze mensen nergens terecht kunnen.
Door Jimmy Dijk werd gepleit voor actieve benadering, zoals (specialistische) teams die mensen thuis kunnen ondersteunen. De motie die vraagt om een gespecialiseerd team dat ernstig zieke patiënten actief benadert en thuis bezoekt (motie 25295-2245) is echter door minister Bruijn ontraden. Hij hield vast aan de rol van de huisarts als aangewezen route voor huisbezoeken en gaf aan in gesprek te zijn over betere toerusting van de eerste lijn, terwijl Kamerleden juist benoemden dat tijd en kennis daar nu vaak ontbreken.
6) Kinderen en jongeren: voorkomen dat zij uit beeld raken
Er werd expliciet stilgestaan bij kinderen en jongeren met post-covid en andere PAIS, en bij het gebrek aan informatie en herkenning in onderwijs en (jeugd)zorg. In het debat kwam de schatting van de circa 40.000 kinderen en jongeren met post-covid terug, met zorgen over het uit beeld raken en de gevolgen voor onderwijs en ontwikkeling. Vicky Maeijer (PVV) legde sterk de nadruk op praktische informatievoorziening richting ouders, scholen, GGD en consultatiebureaus. Haar motie om te bezien hoe in overleg met het veld voorzien kan worden in die informatiebehoefte (motie 25295-2258) kreeg “oordeel Kamer”.
Daarnaast ligt er een bredere motie om kennis en erkenning van post-covid en andere PAIS bij kinderen in onderwijs en (jeugd)zorg te vergroten (motie 25295-2248). Deze motie is door minister Bruijn ontraden, met de kanttekening dat er mogelijk nog een tekstwijziging volgt waarna de minister anders kan reageren.
7) Werk en bestaanszekerheid: rol SZW, WIA/Wajong en UWV
Het deel over Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met minister Paul ging over bestaanszekerheid en de vraag hoe mensen met PAIS goed beoordeeld en ondersteund worden binnen het sociaal vangnet (zoals WIA en Wajong). De oppositie koppelde dit aan knelpunten in de praktijk: onvoldoende kennis, wisselende interpretatie van duurzaamheid en te vaak “buiten de boot vallen”.
De motie die oproept om het sociaal vangnet toegankelijk te maken voor mensen met PAIS, waarbij criteria passend geïnterpreteerd worden en toegang niet beperkt wordt (motie 25295-2244), kreeg oordeel Kamer (ondersteuning van beleid). Tegelijk werden moties die vragen om snelle, concrete richtlijnen vóór de Voorjaarsnota (motie 25295-2246) door minister Bruijn ontraden.
Reflectie
Wij vanuit de patiëntenorganisaties PostCovid NL, Long Covid Nederland kijken met gemengde gevoelens maar óók met duidelijke waardering terug op het debat. Het was mooi om te zien hoe de nauwe samenwerking tussen de diverse patiëntenorganisaties en de Kamerleden vanavond tot uiting kwam. De inbreng was inhoudelijk sterk en de persoonlijke verhalen raakten duidelijk een snaar. We merkten bij veel partijen een oprechte betrokkenheid en de wil om stappen vooruit te zetten. Enorme dank aan de initiatiefnemers Julian Bushoff en Mirjam Bikker. Het was hartverwarmend om te zien en te horen hoe politici naar patiënten hebben geluisterd, hun verhalen serieus nemen en het leed erkennen. Die erkenning doet ertoe. We willen nadrukkelijk de partijen die zich vanavond hebben uitgesproken hartelijk danken voor hun inzet.
Wat voor ons echt opviel, is dat de toon in de Kamer merkbaar is verschoven. Waar tijdens eerdere debatten erkenning en het “bestaat dit wel?” nog vaak ter discussie stond, spraken Kamerleden dit keer breed en unaniem over post-covid en PAIS als ziekte. Die erkenning doet ertoe, omdat het de basis is voor beleid, voor zorg én voor perspectief. Daarbij werd het debat ook regelmatig breder getrokken naar PAIS, waardoor duidelijker werd dat deze problematiek groter is dan post-covid alleen en om een samenhangende aanpak vraagt.
Tegelijk blijven wij met een dubbel gevoel achter. "Er was empathie en begrip vanuit de minister, maar inhoudelijk hoorden we ook veel van wat we eerder al hoorden vanuit oud-minister Kuipers: “regie naar het veld” en daarmee, in de praktijk, opnieuw het risico op stilstand én voor patiënten vooral: opnieuw wachten zonder duidelijk perspectief. Het voelde als oude antwoorden in een nieuw jasje. Juist terwijl de afgelopen jaren laten zien dat dit niet genoeg is en dat er wél degelijk geluisterd moet worden naar de post-covid experts in het veld." - Joost Klappe (Voorzitter bestuur PostCovid NL)
Er werd onder andere gesproken over thuisbezoeken. Dat idee is belangrijk, maar laten we eerlijk zijn: de kennis is daar nu vaak nog niet en veel artsen hebben simpelweg de tijd niet om dit goed te doen. Zonder structurele expertise, scholing voor (zorg)professionals, duidelijke richtlijnen en capaciteit wordt het een mooi voornemen dat patiënten alsnog niet helpt.
Over het SZW-deel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) zijn we ook nog niet gerust. Het bleef algemeen en gaf weinig houvast en we misten concrete antwoorden op wat patiënten nu nodig hebben. Terwijl juist werk en bestaanszekerheid voor veel post-covid en PAIS-patiënten bepalend zijn. We misten voorbereiding en concrete stappen. We hopen dat meer inhoudelijke duiding volgt.
Empathie is welkom, maar betere zorg en (toekomst)perspectief voor ruim 650.000 mensen met PAIS is hoognodig. Daarom vragen wij de minister om:
-
Voortzetting en verbreding van de expertisecentra;
-
Blijvend, ambitieus investeren in onderzoek;
-
Een ketenbrede aanpak voor zorg, maatschappelijke ondersteuning, werk, onderwijs en sociale zekerheid.
Vervolg
De stemmingen over de ingediende moties staan geagendeerd voor woensdag 4 februari 2026 in de plenaire vergadering. Daarna is het aan de ministers om aangenomen moties om te zetten in concreet beleid.
Lijst ingediende moties (met oordeel minister)
Onderstaande moties zijn ingediend bij het debat over post-covid (dossier 25 295). Per motie staat de kern en het oordeel van de minister. Voor de volledige lijst met moties zie: Moties | Tweede Kamer der Staten-Generaal
-
25295-2242 (Indiener: Julian Bushoff. Medeindieners: Mirjam Bikker, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Ines Kostić, Laurens Dassen en Corrie van den Brenk.) Voortbestaan postcovid-expertisecentra garanderen. Oordeel: ontraden.
-
25295-2243 (Indiener: Julian Bushoff. Mede-indieners: Jimmy Dijk en Mirjam Bikker) Verzoekt om een brede en meerjarige aanpak voor postacute infectiesyndromen. Oordeel: oordeel Kamer (ondersteuning van beleid).
-
25295-2244 (Julian Bushoff, Mirjam Bikker en Jimmy Dijk) Sociaal vangnet toegankelijk voor mensen met PAIS (passende interpretatie criteria langdurig/chronisch/duurzaam arbeidsongeschiktheid). Oordeel: oordeel Kamer (ondersteuning van beleid).
-
25295-2245 (Indiener: Jimmy Dijk. Mede-indieners: Julian Bushoff en Mirjam Bikker) Extra aandacht voor ernstig zieke, huisgebonden longcovidpatiënten via gespecialiseerd team met (o.a.) thuisbezoeken. Oordeel: ontraden.
-
25295-2246 (Indiener: Jimmy Dijk. Mede-indieners: Julian Bushoff en Mirjam Bikker) Vóór de Voorjaarsnota: richtlijnen voor UWV-keuringsartsen voor juiste beoordeling long covid. Oordeel: ontraden.
-
25295-2247 (Indiener: Mirjam Bikker. Mede-indieners: Tamara ten Hove, Corrie van Brenk, Julian Bushoff, Jimmy Dijk.) In gesprek met Duitsland over hun initiatief en dit als inspiratie gebruiken voor NL langetermijnbeleid PAIS (uiterlijk zomer 2026). Oordeel: oordeel Kamer.
-
25295-2248 (Indiener: Mirjam Bikker. Mede-indieners: Corrie van Brenk, Jimmy Dijk, Tamara ten Hove, Julian Bushoff) Kinderen en jongeren met postcovid en andere PAIS niet vergeten; kennis/erkenning vergroten in onderwijs en (jeugd)zorg. Oordeel: ontraden (met kanttekening dat na eventuele tekstwijziging het oordeel kan veranderen).
-
25295-2249 (Indiener: Mirjam Bikker. Mede-indieners: Corrie van Brenk, Julian Bushoff,Jimmy Dijk.) Kennis/kunde uit expertisecentra zo snel mogelijk verantwoord toelaten en vergoeden in reguliere zorg. Oordeel: oordeel Kamer.
-
25295-2250 (Pepijn van Houwelingen) Ook postvaxonderzoek subsidiëren. Oordeel: ontraden.
-
25295-2251 (Pepijn van Houwelingen) Spreekt uit: onwenselijk dat ziekenhuisbesturen zich publiekelijk distantiëren van feitelijke waarnemingen van artsen. Oordeel: geen oordeel (spreekt-uitmotie).
-
25295-2252 (Pepijn van Houwelingen) In gesprek met Lareb over datadeling t.b.v. onderzoek kwaliteit coronavaccinregistraties. Oordeel: ontraden.
-
25295-2253 (Pepijn van Houwelingen) Spreekt uit: (vermeende) consensus is niet automatisch waarheid. Oordeel: geen oordeel (spreekt-uitmotie).
-
25295-2254 (Ines Kostić) “Levende medische richtlijnen” voor long covid en andere PAIS naar voorbeeld hiv-richtlijn. Oordeel: ontraden.
-
25295-2255 (Ines Kostić) Bij begrotingskeuzes expliciet meewegen dat investeringen in PAIS-aanpak zich kunnen terugverdienen; Kamer informeren hoe dit is gewogen. Oordeel: ontraden.
-
25295-2256 (Ines Kostić) Plan voor samenhangende voorlichting/preventie PAIS (o.a. ventilatie/luchtzuivering, bronmaatregelen). Oordeel: overbodig (staand beleid).
-
25295-2257 (Corrie van Brenk en Mirjam Bikker) In beleid expliciet aandacht voor arbeidsmarktgevolgen en kennispositie (UWV-)artsen, met samenwerking SZW. Oordeel: oordeel Kamer.
-
25295-2258 (Vicky Maeijer) Bezien hoe, in overleg met het veld, wordt voorzien in informatiebehoefte over postcovid bij GGD/consultatiebureaus/scholen. Oordeel: oordeel Kamer.
Oordeel Kamer: De minister heeft geen bezwaar tegen de inhoud van de motie en laat de beslissing aan de Kamer.
Ontraden: De minister is tegen de motie, meestal vanwege onuitvoerbaarheid of omdat het beleid onjuist is. Bij aanname hoeft de minister de motie niet direct uit te voeren, maar dit kan de vertrouwensregel activeren.
Overbodig: verwijst naar de situatie waarin een motie wordt beoordeeld als overbodig. Dit kan gebeuren wanneer de motie niet meer relevant is of als de minister al heeft toegezegd dat de motie niet van toepassing is.