Soms denk ik terug aan mijn leven voor Corona. Een leven met sociale contacten, sporten en een fantastische baan als Verpleegkundig Specialist. Mijn passie! Ik beleefde kostbare momenten met bewoners/cliënten en collega’s, ik leerde en ontwikkelde, ik genoot - achteraf gezien - zelfs van de vergaderingen. Ik werkte graag, hard en met liefde. En net als bij iedereen heeft mijn leven zich, na de corona, verder ontwikkelt. Iedereen ging zijn weg en pakte het leven weer op. Ik ben de afgelopen 3,5 jaar bezig met een weg van loslaten en afscheid nemen; van mijn baan, dromen en ambities. Toch ben ik ook blijven zoeken naar kansen en mogelijkheden, hoe klein ook, om het leven kleur en zingeving te geven. Nadat ik mezelf eerder in deze zoektocht al had overvraagd, leek het me goed om nu gerichte hulp in te schakelen. Zo gezegd, zo gedaan.
Ik was opgeladen voor het intakegesprek met de loopbaancoach en kwam daar aan met een uiterlijk alsof ik had overwinterd op Curaçao, lang leve die kostbare halfuurtjes in mijn achtertuin. Ik was enthousiast, ik had er zin in en daar was mijn valkuil; de valkuil van enthousiasme waar iedereen, inclusief ikzelf, met open ogen intuint. Het vervelende is dat deze staat helaas een zeer beperkte houdbaarheid kent.
De eveneens enthousiaste dame in kwestie ging voortvarend aan de slag en het eerste halfuur verliep bruisend. Na een korte kennismaking en verkenning begon zij over haar plan van aanpak. Dit punt kruiste het moment waarop mijn energie ernstig begon te dalen. Ik raakte haar verhaal kwijt, een zee aan tranen kwam en mijn energie, inclusief mijn moed, zonk me in de schoenen. Ik had mijn energie verspeeld en wilde nog maar één ding, met mijn disfunctionerende lijf de stilte van mijn huis en slaapkamer omarmen. Dit deel van mijn leven maakt de omgeving meestal niet mee, maar nu dus wel.
Sinds ik ziek ben loop ik als een hazewindhond achter een stuk worst aan te rennen. Een worst van angst en hoop! Angst voor de oordelen. Hoop op een nieuwe uitdaging!
Toen ik recent las dat de WIA op de schop moet omdat WIA-verzekerden “gestimuleerd” moeten worden, werd ik daardoor geraakt. De expliciete, maar vooral impliciete woorden schreeuwden me toe vanaf het papier: “je bent een profiteur, een luiwammes die een schop onder haar kont nodig heeft”. Misschien (heel misschien) zijn er mensen voor wie dit geld, maar waarom moet een welwillende meerderheid het onderspit delven voor een enkele raddraaier? Moeten wij het pad vrijmaken voor het (exorbitante) wachtgeld?
De WIA is geen speeltuin of lange vakantie! Het is geen kwestie van niet willen, durven of doen. Het is een kwestie van niet kunnen. Ik heb geen schop onder de kont nodig om te gaan werken, want ik ging liever gisteren dan vandaag terug naar een oude, werkende leven! Dit is alleen niet de realiteit; die bestaat uit een post-covid lijf met een vleugje vertrouwd en soms zeer onhandig (over)enthousiasme.